Operaties    

  - Paardencastratie 
- Paardenchirurgie 



Paardenchirurgie

Het VCHN beschikt over een moderne operatiekamer voor paarden. Eén van de meest voorkomende operaties is de arthroscopie. (arthros = gewricht, scopen = kijken) In een gewricht kijken. Deze kijkoperaties in gewrichten vinden plaats om losse botfragmentjes te verwijderen of om het gewricht of de peesschede te inspecteren bij een ontsteking of een verwonding. Voor het zover is, gaat er heel wat werk aan vooraf.

Allereerst krijgt het paard een klinisch onderzoek, waarbij speciaal op hart, longen en vaatstelsel gelet wordt in verband met de toe te dienen narcose.
Vervolgens krijgt de patiënt een injectie met een kalmeringsmiddel om de daarop volgende anesthesie zo goed mogelijk te laten verlopen. Vaak wordt dit gecombineerd met een pijnstiller en preventief antibiotica.


Als deze injecties zijn ingewerkt wordt het paard verder klaargemaakt voor de operatie. Het te opereren been wordt geschoren, de staart wordt ingevlochten en de hoeven worden zorgvuldig uitgekrabd en geborsteld. Tenslotte wordt de mond gespoeld.









Het paard is dan klaar om naar de inslaapkamer gebracht te worden. Daar krijgt hij een dek op met aan iedere zijde vier grote lussen. De anesthesist brengt een canule aan in de halsader en spuit een slaapmiddel in. Na enkele ogenblikken gaat het paard liggen.
De lussen van het dek worden dan vier bij vier vastgemaakt aan twee takels die langs een rail aan het plafond lopen en zo wordt de patiënt in een hangmat opgetakeld en naar de operatietafel gebracht.



Dan krijgt het paard een slang via de mond in de luchtpijp, waardoor hij gedurende de operatie blijft ademen. Deze slang wordt aangesloten op het anesthesie apparaat, wat er voor zorgt dat het paard onder narcose blijft. In onze kliniek wordt daarvoor zuurstof met Isofluraan gebruikt. Mocht het paard niet zelf ademen, dan kan er ook kunstmatig beademd worden.



Ook wordt een infuus aangesloten om de circulatie zo goed mogelijk op peil te houden. Dit is van belang om spierproblemen te voorkomen. De anesthesist houdt het verloop van de narcose in de gaten met behulp van de bewakingsapparatuur. Ook noteert hij iedere tien minuten een aantal kengetallen in zijn anesthesieverslag. Het te opereren gewricht wordt nu zorgvuldig gewassen en ontsmet en vervolgens door de chirurg steriel afgedekt. Ook het grootste deel van het paard verdwijnt onder steriele doeken. Nu begint de eigenlijke operatie pas.



Daartoe maakt de chirurg twee kleine sneetjes in het te opereren gewricht. Door de ene opening gaat een buisje met een minuscuul cameraatje. Tevens wordt hierdoor steriel water in het gewricht gepompt. Dit om meer ruimte in het gewricht te krijgen. Door de andere opening kan een instrument in het gewricht gebracht worden. Tijdens deze handelingen kijkt de chirurg op een beeldscherm.




De losse fragmentjes liggen meestal niet echt los. Ze zijn met bindweefsel aan de ondergrond verbonden. Daarvoor moeten ze eerst losgemaakt worden alvorens ze met een grijpertje door de  instrumentenpoort (de tweede opening) naar buiten gebracht kunnen worden. Tenslotte volgt een nauwkeurige inspectie van het gewricht. Zo nodig worden rafels aan de rand van het kraakbeen nog bijgewerkt met een shaver. Dit is een vernuftig ronddraaiend beiteltje in een dunne buis. De twee openingetjes worden gehecht en na het aanleggen van een verband  mag de patiënt dan weer van tafel.


Het paard wordt dan in de recoverybox gelegd, waar het zo rustig mogelijk kan bijkomen. Tijdens dit bijkomen krijgt het paard nog extra zuurstof toegediend. Om stress zo veel mogelijk te voorkomen doen we proppen in de oren en laten we slechts een schemerlampje branden. De anesthesist observeert het paard nu nog regelmatig door een speciale kijkopening in de recoverybox. Pas als het paard weer stevig op z’n benen staat wordt hij naar de stal gebracht.