Column van dierenarts Jan Reitsma.
Wil jij er even op?
In gedachten ga ik jaren terug. Ik was 17 en meende verliefd te zijn op een meisje. Dat meisje reed paard en woonde ergens in de buurt van West Graftdijk.En als je zelf dan in Enkhuizen woont en geen brommer hebt is dat een heel eind weg. Uiteindelijk op de fiets erheen. Na uren op de fiets daar aangekomen bleek ze niet thuis te zijn. Ik vroeg me hevig af hoe dat nu kon omdat ik het paard dat in de wei naast de boerderij liep immers herkende. Haar vader hielp me uit de droom: “Ze heeft nog een paard”. Tegenwoordig is dat heel normaal, maar toen klonk mij dat toch wel kapitalistisch in de oren. Helemaal onterecht bleek even later, want de paarden werden nog gewoon gebruikt voor het boerenwerk. En inderdaad, even later kwam de dochter te paard aanrijden. Omdat ik mijn komst niet had aangekondigd was ze (naar ik hoop) aangenaam verrast. “Wil jij er even op” was het mooiste wat ze zei. Stel je voor, ik had nog nooit op een paard met een zadel erop gereden. Wel zo op de blote rug met een singeltje met stijgbeugels eraan.Ik erop en dat was echt super. Wat een dag! Zoiets maak je nooit meer mee. Of toch?
Na afloop van de laatste regiovergadering van het FPS praten we in de bar van het van der Valk gebeuren nog wat na en daar vertelt voorzitter Cees Roozemond ons dat Christa Laarakkers de volgende dag bij manege Groenenstein in Bergen een clinic komt geven. Aan het eind van de dag zal ze zelf ook nog even te paard gaan en een demonstratie geven. We moeten vooral even langskomen!
Volgende dag zijn we net op tijd in de manege. Christa is net bezig haar paard voor te stellen. Een afstammeling van Cabouchon. Een prachtige zwarte ruin.
Christa legt ons uit dat je het rijden vooral simpel moet houden. Even het been eraan betekent voorwaarts gaan en een ophouding aan de teugels betekent vaart verminderen. Even het been eraan en dus niet blijven tikken zoals je helaas vaak ziet. Ze demonstreert. Na dit inleidend praatje gelooft het paard het wel en gaat met frisse tegenzin aan het lopen. Meteen krijgt hij een dermate stevige beenhulp dat hij onmiddellijk wakker is. Christa benadrukt dat je dit systeem heel consequent moet toepassen en dan krijg je een fijn paard die door een ander goed is na te rijden. Hé, wat hoor ik hier? Is dit een boodschap achter de woorden? Ik sta meteen helemaal op scherp. Ik monster even mijn kleding: spijkerbroek en mijn trouwe Gevavi klompen, waar ik altijd op loop. De broek zou nog kunnen, maar de klompen kunnen echt niet. Op sokken dan? Ach, wat sta ik nou te fantaseren. Dit gaat gewoon niet gebeuren. Toch zal dat dan jammer zijn…
Na de draf rechtuit komen de zijgangen aan de beurt en het wegrijden en weer terugkomen naar een gewone arbeidsdraf. Dan de galop. Ook hierin de zijgangen en al snel komt er een galopwissel, gevolgd door een serie van om de drie en om de twee galopsprongen. Voor de eners rijdt ze eerst langs de hoefslag. Aan de kant hoor ik van echtgenoot Sjaak Laarakkers dat het paard dan wat steun van het beschot heeft. Tenslotte nog een serie eners over de diagonaal. Echt helemaal goed. Geweldig. Alle aanwezigen genieten. Dan komt nog een uitleg over het stappen en net als het publiek denkt dat het klaar is vraagt Christa aan Sjaak een zweepje om te zien of “Hij nog wat zin heeft in Pief en Paf” zoals ze dat noemt. En jawel hoor, met minimale aanwijzingen van het zweepje toont hij de passage en de piaffe. Vooral die overgangen van de ene naar de andere verzameling zijn heel moeilijk en Christa demonstreert dat prachtig. Uitstappen. Christa vraagt of er nog vragen zijn. Een meisje vraagt iets over de galop en Christa legt het zo goed mogelijk uit. Dan vraagt ze: “Wil jij er even op?” Het kind verschiet van kleur, maar begrijpt dat ze nu toch toe moet happen, nu ze na de les van afgelopen middag op haar pony, de kans krijgt op een echt dressuurpaard te rijden. De beugels worden ingekort en ze wordt te paard geholpen. Voorzichtig stapt ze weg en allengs krijgt ze meer vertrouwen en daar gaat het in draf. Op aan wijzingen van Christa maakt ze een mooi appuyement. Dan de galop. Volgens Sjaak moet ze dan eerst gaan stappen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Hoewel dit paard bijna nooit meer vanuit de draf in de galop aanspringt, maar altijd vanuit stap, bleek hij het nog niet verleerd te zijn! Natuurlijk wordt er ook een vliegende galopwissel gereden. Ik heb zelden een meisje op een paard zo zien genieten. Weer op de grond was maakt ze een spontane vreugdesprong compleet met indianenkreet. “Wie nog meer?”, hoor ik Christa vragen. Kijk, daar sta ik dan, me in mijn klompen te verbijten! Toch jammer, maar wie weet een volgende keer. Christa weet hoe ze vrienden moet maken…
Wedstrijddierenarts
Ben je meestal als je naam in het programmaboekje van één of andere wedstrijd vermeld staat. Is dat het geval bij een cross of een menmarathon, dan moet die dierenarts de startende paarden bekijken en een controle uitvoeren na de finish.
Je bent dan de hele dag druk bezig. Voor het geval zich calamiteiten voordoen, zou er eigenlijk constant een (andere) dierenarts stand-by moeten zijn. Omdat dit een wel heel dure aangelegenheid zou kunnen worden is een jaar of wat geleden de EHBO’er voor paarden in het leven geroepen. De bedoeling was dat er op iedere wedstrijd zo’n EHBO’er aanwezig zou zijn. Ook dit goede idee is een stille dood gestorven vanwege de financiën.
De organisatoren van de marathon op Wieringen hadden mij gevraagd of ik ook dit jaar weer de paarden wilde controleren. Dat was geen punt. Of ik dan gelijk ook wilde optreden als EHBO’er? Kijk, toen werd het wat moeilijker, maar de organisatie heeft dit handig opgelost door in het programmaboekje het telefoonnummer van de praktijk te vermelden en mijn mobile nummer voor ernstige spoed. Handig bekeken, toch?
Gelukkig had ik het boekje na de eerste dag thuis even helemaal doorgenomen en zo wist ik dus van deze constructie. Ook de namen van de vele medewerkers had ik eens even bekeken, want op de dag zelf zie je die lang niet allemaal, want ik zit de hele dag op een hoekje van het veld en merk eigenlijk niets van het verdere evenement.
Het is al ver in de middag als opeens mijn mobiel gaat en ene Nienke vraagt of ik naar het hoofdterrein wil komen ivm een gewond paard. Nienke? Oh ja, Nienke Nijenhuis zou bij de hoofdring assisteren. “We denken dat hij een gebroken poot heeft…”
“OK, dan neem ik gelijk al mijn spullen mee!”
“Chris, ik moet naar het hoofdterrein. Gewonde. Red je zelf even”. Chris, die al jaren assisteert bij de controlerend dierenarts, verblikte noch verbloosde. Tenslotte was ze jaren dierenartsassistente geweest en gewend aan ad hoc beslissingen.
Ah, daar zie ik net de studenten, die de veterinaire controle bij de rust hebben gedaan, het terrein weer opkomen. “Wil één van jullie met mij meegaan? Er is een gewonde op het hoofdterrein. En wil de andere Chris gaan helpen?”
Een tel later scheur ik samen met studente Bernadette in de praktijkauto over het achterterrein naar de hoofdring. Net op tijd zie ik de kuil in de doorgang naar het hoofdterrein en trap stevig op de rem. Met gepaste snelheid rijd ik naar de waterhindernis waar een span paarden staat. De menner zit nog op de kar. Duidelijk aangeslagen met betraand gezicht. Het rechter paard staat met het linker voorbeen omhoog. Strengen en disselriemen zijn al losgemaakt, zodat ik makkelijk tussen beide paarden kan om het gewonde been te onderzoeken. Als ik het been vastpak, trekt het paard dat terug en zie ik meteen dat de ondervoet “bungelt”. Gebroken kootbeen dus. Waarschijnlijk verbrijzeld, maar dat is niet zeker. Wat nu? Dit is waar je altijd bang voor bent als je wedstrijddierenarts bent. Wat te doen als je er eigenlijk zeker van bent dat een paard ter plekke in moet slapen? Het scenario heeft zich al talloze keren door je hoofd afgespeeld. Wat leerde je ook alweer daarover op de cursus “Wedstrijddierenarts” jaren geleden? Publiek op afstand en een kamerscherm eromheen. Leuk bedacht. Van alles vliegt razend snel door je hoofd. Van spuitje en schietmasker tot operatie. Waarom speelt de muziek nog steeds uit de luidsprekers? Net of er niets aan de hand is verdorie. Of is daar over nagedacht en lijkt het nu minder erg voor het publiek? Waarschijnlijk het laatste. Ik betast het been nogmaals, maar de koot is zo gevoelig dat ik het bij de diagnose kootbeenfractuur moet laten. Arm beest. Ik ga naar de menner die nog steeds op de bok zit en vertel de diagnose, die hij eigenlijk al kende. Ik leg uit dat het er heel somber uitziet, maar als we zekerheid willen over een eenvoudige (en dus misschien te opereren) breuk of verbrijzeling moet er een foto komen. We besluiten EHBO te verlenen en het paard naar de kliniek te brengen voor röntgenfoto’s en eventuele verdere behandeling. Terwijl de spangenoot er gewoon naast blijft staan leggen Bernadette en ik een Robert Jones verband aan. Dit is een uit meerdere lagen bestaand strak verband wat de breuk steun geeft. Terwijl ik het verband erom draai, maakt Bernadette steeds de volgende laag klaar. Alsof we al jaren samenwerken. Ze heeft goed opgelet waar ik de spullen vandaan haal uit de auto. Klasse. Inmiddels komt de eigen trailer van de menner het terrein oprijden en houdt stil vlak voor het onfortuinlijke span. Met lichte aanmoediging stapt het paard de klep op, daarbij het gewonde been licht aantippend. Spangenoot erbij en op naar de kliniek. Een bevriende menner rijdt en de eigenaar neem plaats op de bijrijderplaats. Super voorzichtig verlaat de trailer de hoofdring en de show can go on.
Ook op de weg niet sneller dan 60 en alle bochten super voorzichtig.
Op de kliniek beide paarden naar binnen om de patiënt zo rustig mogelijk te houden. Eén foto is al genoeg om te laten zien dat de zaak reddeloos verloren is. Rest nog slechts het laten inslapen van dit mooie tuigpaard wat een uurtje tevoren nog zo blij de laatste hindernis van de marathon inliep…
Jan Reitsma
Samenwerken
Donderdagmiddag werd ik gebeld door Paul Versluis, een paardengebitverzorger uit Friesland die hier in de buurt op een trainingsstal aan het werk was. Of ik tijd had om hem even te helpen door een veulen suf te spuiten en dan liefst ook nog locaal te verdoven, zodat hij een tand die dwars in de mond stond eruit kon halen. Kijk, dat is nou nog eens leuk. Een ander vakgebied helpen. We verdoven wel vaker paarden voor een hoefsmid, maar dit is anders. Dit raakt nog iets meer aan ons eigen vak. Voor sommige collega’s dan juist een reden om niet te helpen, maar meer contact tussen diverse vaklui rondom het paard is nooit weg naar mijn mening, dus was ik vijf minuten later op weg naar de trainingsstal.
Het bleek om een Fries veulen te gaan. Mogelijk was hij lang geleden eens door een koppelgenoot op z’n bek geslagen. Niemand had ooit iets gezien, maar omdat het veulen de laatste tijd wel erg apart uit z’n mond rook, had de eigenaar maar eens in z’n mond gekeken. Eén onder snijtand stond recht naar voren en iets verderop kwam de wortel van die tand aan de zijkant uit de onderkaak en beschadigde het wangslijmvlies. Dat was gaan ontsteken en dat gaf de aparte geur. Wat nu? We waren het snel eens over de uiteindelijke therapie: tand trekken! Daarvoor moest het veulen eerst suf gemaakt worden. Voor de zekerheid eerst maar even hart en longen beluisterd en de gewichtsband om de romp gedaan teneinde een indicatie te hebben voor het gewicht. Dat was maar goed, want het veulen woog niet zo veel als de omstanders dachten. De tranquillizer inspuiten is dagelijks werk. Meteen een pijnstiller tegen de napijn erbij gedaan. Altijd prettig als ze meteen weer goed kunnen eten na een ingreep, nietwaar? Toen moest de tand nog locaal verdoofd worden. In de onderkaak zit een gaatje van een halve centimeter, waar de gevoelszenuw naar buiten komt. Bij een Fries veulen met lang winterhaar valt het niet mee om dat gaatje te vinden, maar als je weet waar hij moet zitten, zoekt het makkelijker. Vervolgens met een heel dun naaldje daar net een milliliter verdovingsvloeistof inspuiten en even wachten. Dan de ultieme test met een naald even in het tandvlees prikken… Geen reactie, dus kan Paul aan het werk. Mijn werk zit er eigenlijk op, maar het is veel te leuk om eens even te zien hoe hij dit aanpakt. Met een hevel maakt hij het tandvlees los. Dit is een geduldwerkje, want als dit niet zorgvuldig gebeurd, kan bij trekken de tand breken en zijn we verder van huis. Ik houd het hoofd van het veulen zodanig vast dat Paul goed kan werken en ik het goed kan zien. Na vijf minuten peuteren heeft hij de tand zover los dat hij kan trekken. In gezamenlijk overleg besluiten we de losse flap tandvlees niet te hechten, maar weg te snijden. De kans was goed aanwezig dat het losse stuk niet levensvatbaar zou zijn en dan was alle werk voor niets. De nu ontstane wond zou in een week wel dicht groeien. Mondslijmvlies geneest heel snel! Tevreden over het geleverde werk zetten we het veulen in z’n box. Leuk eens samen te werken met een gebitsverzorger die er niet voor schroomt om hulp in te roepen. Leven en laten leven. Daar mochten wel eens wat meer dierenartsen en gebitsverzorgers aan denken…
Soms maak je wat mee, waarvan je denkt: dit komt toch niet meer voor in deze tijd? Maar nee hoor, ook in deze tijd komen er in paardenland nog steeds dingen voor waarvan je dacht dat ze niet meer zouden bestaan door alle boeken, lessen, clinics, lezingen en andere vormen van voorlichting.
Wat wil het geval? Vorige maand werd ik gebeld door iemand uit Zeeland die kort daarvoor een Fjordenpaardje op een van de Waddeneilanden had gekocht voor zijn vier dochters. Drie dagen na thuiskomst bleek het dier kreupel aan een achterbeen en nu wilde de man het paard terug geven aan de verkoper en de koop ongedaan maken. Verkoper wilde aanvankelijk niets, vervolgens mocht de man met aanzienlijke bijbetaling een andere Fjord uitzoeken. Dit wilde de koper echter niet, wegens het geschonden vertrouwen.
De reden dat hij mij belde was gelegen in het feit dat hij erachter was gekomen dat het paardje ooit eens door mij behandeld zou zijn wegens kreupelheid. De naam van het dier zei mij niets, maar na enig zoeken kon ik hem toch terugvinden in de computer. Ik had destijds een wond behandeld en kom hem dus niet verder helpen. Stukje bij beetje kwam toen het hele verhaal eruit.
U kent dat wel. Dochters rijden op de manege en op zeker moment wordt besloten dat een eigen beestje toch ook wel heel leuk is. Een goede kennis had hem afgeraden om op internet te zoeken, nee hij moest naar een grote fokker gaan, die hadden keus in overvloed. Hij kende ook nog wel een fokker en een afspraak was zo gemaakt. Op goede dag toog het gezin van mijn beller met auto en trailer naar het noorden. Na vier uur reizen inclusief overtocht boot, komen ze bij de fokker aan. Daar staat slechts maar een Fjord klaar die te koop is. Ter plekke wordt het paard door de oudste dochter bereden en het ziet er goed uit. Dus de koop wordt gesloten en het gezin reist, nu met paard, weer huiswaarts, waar de Fjord na drie dagen kreupel blijkt te zijn. Instructrice adviseert het paardje terug te doen, maar daar wil de verkoper niets van weten. De man gaat op zoek naar de geschiedenis van het paard en komt zo uiteindelijk bij mij terecht. Zo eenvoudig lag het niet. Dan maar rechten, besloot de man. Hoewel ik hem wees op het aloude gezegde: Wie recht om een paard, behoud alleen de staart, wilde hij zijn recht! Gelukkig kon ik hem de naam geven van een advocaat in paardenzaken
Gister belde hij weer. Het paardje was terug en hij had het volledige aankoop bedrag weer. De verkoper had gebeld en ook advies ingewonnen en zijn raadsman had hem duidelijk gemaakt dat hij hem snel terug moest nemen.
Dit eerste paardenavontuur van mijn beller liep dus goed af, maar hij was al weer bijna in de fout gegaan. In de advertentie stond een tienjarige zadelmakke Fjord. Zij kijken. De Fjord werd voorgereden en vervolgens de dochter er op. Na twee rondjes bokt het dier, dochter eraf, onder het prikkeldraad door en de sloot in. Liep goed af.
Ik heb de man maar verteld dat zadelmak betekent dat ze nog bijna niets kennen en bij een tienjarige geeft dat te denken.
Jan Reitsma
Veulentje fokken
Heel leuk, zullen de meesten van U denken. Vele lezers hebben dit ook al eens gedaan, terwijl anderen er alleen maar van dromen kunnen. Maar wat nu als het veulen er eenmaal is? Ook al aan gedacht? Het beestje wordt groter en moet gespeend worden en dan breekt er een nieuwe fase in het leven van veulen en eigenaar aan. Misschien is het financieel wel aantrekkelijk om nu te verkopen. Veulens kopen is verwachting kopen. Dus zijn ze in verhouding tot de prijs van een jaarling vaak duur. Wil je echter weten wat er uit je fokproduct groeit, zal je moeten wachten tot het uitgegroeid is en liefst ook beleerd is en gepresteerd heeft in de sport.
Hebben we de ruimte om het veulen zelf op te fokken of moeten we dit uitbesteden aan een opfokbedrijf? Vaak blijven de paarden daar tot ze drie jaar zijn en beleerd kunnen worden. Niet mis mee, zou je zeggen en over het algemeen gaat dat ook heel goed.
Echter hoe groter deze bedrijven zijn en hoe meer paarden er lopen, des te hoger is ook de besmettingsdruk van allerlei infectieziekten. Te beginnen bij de wormbesmetting in het weiland met daarnaast allerlei bacteriele en virusziekten die door de koppels kunnen gaan. De bekendste zijn droes en influenza. Tegen influenza kunnen we enten en een paar jaar geleden kwam er ook een goed vaccin tegen droes op de markt wat je zelfs in besmet milieu kon gebruiken. Dus als er al zieke paarden op het bedrijf waren, kon je alsnog gaan enten. Omdat de enting vrij prijzig was, werd er weinig preventief geent en des te meer in besmet milieu. Dit jaar is de productie van het vaccin in Nederland gestopt omdat de firma overgenomen is door een groot Amerikaans concern. Of die de productie daar voort gaan zetten is nog maar zeer de vraag.
Dit jaar hadden wij twee veulentjes gefokt en zoals we dat al een jaar of wat tot volle tevredenheid doen, brengen we ze in september, nadat ze afgespeend zijn, naar een opfokbedrijf in Friesland. Dit jaar meldde het opfokbedrijf dat ze wat hoesterij bij de veulens hadden. Omdat ze afgelopen zomer last van droes hadden, concludeerde ik dat het zeer waarschijnlijk wel droes zou zijn en we besloten om de veulens nog een tijdje thuis te houden. Enten tegen droes lukte dus niet, maar ik gebruikte de tijd om ze twee keer te enten tegen influenza. Omdat we gebrek aan stalruimte hadden, moesten er twee andere paarden dag en nacht buiten blijven. Geen probleem, want het weer was nog goed. Toen dat omsloeg vertrokken de veulens alsnog naar Friesland. We hebben nog even overwogen om naar een ander bedrijf te gaan, maar omdat we goede ervaringen hadden met bedrijf gingen ze er gewoon naar toe. Na een week of zes bleken ze toch allebei droes te hebben. Normaal gesproken ziekt dat uit. Helaas kreeg het merrietje er een zeer ernstige complicatie bij en ondanks de enorme inspanningen van de collega's van de kliniek in Wolvega was het op tweede Kerstdag over. Heel jammer, maar dat kan nu eenmaal gebeuren. Alleen houd je er nooit rekening mee.
Stelt U zich eens voor. Je ligt lekker te slapen en om drie uur 's nachts gaat de voordeurbel. Dat is zelfs voor een dierenarts, die toch gewend is 's nachts telefonisch gestoord te worden een beetje vreemd. Gelukkig bedenk ik me dat het kermis is in het dorp. Het zullen dus wel kermisgangers zijn die naar huis gaan en die een grap willen uithalen. Niet reageren dus. Het gebel houdt echter aan en de hond gaat steeds erger te keer. Dan horen we door het openstaande slaapkamerraam dat ze onze naam roepen en iets met "paard" erbij. Toch maar eruit. Achter het gesloten damhek herken ik jongelui van verderop uit de weg. "Er ligt een paard in de sloot!!" De dame uit het gezelschap vertelt dat hun fiets was gepikt en ze dus lopend naar huis moesten en zodoende hoorden ze het paard in de sloot.
Ik pak de auto en inderdaad, in het licht van de koplampen zie ik vlak bij ons huis een paard in de voorsloot. Ik herken één van de paarden die bij de buurman in het land lopen. Het is duidelijk dat het dier er zo niet uit kan komen. 112 gebeld. Dat is nog een hele onderneming. Nadat de telefoniste brandweer Schagerbrug op haar computerscherm heeft gevonden, stelt ze een aantal slimme vragen: "Hoe is de positie van het paard in de sloot? Is z'n kop boven water?" Als ik zeg dat hij inderdaad de kop boven water heeft concludeert ze slim dat er dan geen direct levensgevaar is. Heel goed, denk ik, maar voeg voor de zekerheid maar even toe dat het paard er wel nu uit moet en niet morgenochtend! Ook dat snapt ze en zegt dat de brandweer komt. Voordat die arriveren kan ik nog wel even de buurman bellen. Hij neemt niet op en ook een tweede keer bellen heeft geen resultaat.
Even later arriveert de brandweer. Deze groep heeft afgelopen zomer bij ons op de kliniek de cursus: "Omgang met paarden" gevolgd, dus nu een mooie gelegenheid om het geleerde in praktijk te brengen. Twee brandweer mannen trekken de waadbroek aan en stappen met halster en touw in de hand, de sloot in. Een goede voorbereiding is het halve werk, toch? Het halster omdoen is kinderwerk (de cursus helpt echt) en vervolgens komen de brandslangen achterom het paard en één over de schoft, die dan weer tussen de voorbenen gekruist worden. Een flinke tik op de kont van het paard moet hem activeren zelf mee te doen bij onze poging hem weer op de kant te krijgen. Aanvankelijk lukt dat en ligt hij half op de kant. Dan laat hij zich overzij zakken en hebben de achterbenen geen grip meer op de bodem. Nu wordt het dus dom trekwerk. Iedereen helpt een handje. Brandweer, politie en kermisgangers. Ik tel af. Na een aantal keer "één, twee, trèk!" ligt het paard op de kant. Een paar minuten later staat hij weer in het land.
Volgende dag maar even naar buurman gegaan. "U sliep wel heel vast vannacht, buur!""Nou ja, er was wel telefoon, maar ik dacht het is Kermis, dus ik neem niet op!"
Jan Reitsma
Daar kwam ze al uit de binnenbak gelopen. Een dame, zeer het aankijken waard, met in de ene hand een rijzweepje en in de andere een touw. Aan het andere eind van het touw een groot zwart paard. Dat moest mijn patiënt dus zijn. Om het plaatje kompleet te maken liep er natuurlijk nog een tweede mevrouw al een soort reserve om heen. "Vertelt u maar eens", begin ik het gesprek. "Nou ja, we zijn al zo'n twee uur aan het stappen" "En als hij wil gaan liggen, slaat U hem met dat venijnige zweepje weer overeind zeker", veronderstel ik. Dat blijkt juist te zijn en ik vertel haar dat ik dat maar een beetje dierenbeulerig van haar vind! "Ja maar", begint ze haar verdediging. "Ze zeggen zeker dat hij niet mag liggen" vul ik alvast maar voor haar in. Voor de zekerheid vraag ik dan ook altijd even wie "Ze" zijn, maar daar heb ik nog nooit een goed antwoord op gehad. Mijn college gaat dan verder met de vraag wat ze zelf het liefste doet als ze buikpijn heeft. Deze aardige dame is zo eerlijk om mij te verklappen dat ze dan het liefste in bed ligt. Omdat het paard er de hele tijd rustig bijstaat en geen tekenen van enige ziekte of ongemak vertoont, kan ik dus nog even doorgaan met onderwijzen. "Kijk, als hij loopt dan ligt hij niet". Iedereen snapt deze Cruyferiaanse logica. Dus heeft hij dan ook geen koliek. Hier trekt soms iemand een wenkbrauw op en meestal is er dan wel een omstander die zich weet te herinneren dat ze bij rollen als ze koliek hebben een slag in de darm krijgen. Als we zover zijn weet ik dat meestal te ontzenuwen door te zeggen dat als dat zo is, we wel dagwerk konden hebben met al die koliek, want hoeveel paarden rollen er niet na het werk of als ze los in het land worden gelaten. Krijgen die dan allemaal koliek? Nee dus. Het is precies andersom. Hebben ze een slag in de darm, dan hebben ze zodanig ernstige koliek, dat ze met geen stok overeind te houden zijn. Toen ik zover was met mijn verhaal werd het zweepje achteloos weggegooid en kon ik één en ander nog aanschouwelijk maken met een theedoek waar ik een slag in draaide. Hoog tijd om het paard eens echt te onderzoeken. De hartslag was rustig, zoals ik al vermoedde en aan beide zijden van de buik hoorde ik te weinig darmgeluiden, zodat ik al aan een verstopping begon te denken. Dus het paard in de opvoelbox, die gelukkig voorhanden was en het rectaal onderzoek bevestigde mijn vermoeden. Duidelijk een vaste massa in de dikke darm te voelen. Gelukkig voelde het nog niet erg hard aan. We waren dus goed op tijd. Het inspuiten met een krampwerend en pijnstillend middel en vervolgens parafine geven met de neussonde was weer helemaal routine. Paard blij, dierenarts tevreden en eigenaresse weer een hoop geleerd.
Jan Reitsma
Onlangs was ik op het Dressuurkampioenschap Friese Paarden in Kootwijk. Prachtig weer, schitterende locatie en een prima organisatie. Omdat mijn vrouw in de organisatie zit, betekende dat vroeg uit de veren en op weg naar Kootwijk. We waren goed op tijd, zodat we op ons gemak de rekenkamer konden inrichten. In een apart hok, ver van het secretariaat, waar het op zulke dagen altijd een drukte van jewelste is. Alle dames en heren van de dressuurcommissie waren op sjiek gekleed. Alle dames hadden een hoed op en de heren in het driedelig pak met bolhoed. Dat viel op en gaf duidelijk cachet aan het hele gebeuren. Ik voorzag voor mezelf een lange dag, maar meestal kom je wel een bekende tegen, nietwaar? Eerst maar eens de handen laten wapperen en geluidsboxen rond het terrein opgesteld. Mijn maatje bleek de chauffeur van de vrachtwagen van de hoofdsponsor transportbedrijf Post Kogeko. Naast hun reguliere werk, het vervoer van groente en fruit, bleken zij ook de koetsen van de Koninklijke Stallen te transporteren. Daarvoor hadden ze twee speciaal aangepaste opleggers. Zo hoor je nog eens wat. Net als ik een praatje maak met een jurylid van de ABPF testen, komt Miek mij vragen of ik kan invallen als schrijver. Eén van de schrijfsters is onderweg blijven steken met autopech. Ik ben blij met het klusje en de wedstrijd kan van start. Ik mag met de Z1 jury mee. Leuk en leerzaam. De onderdelen volgend elkaar echter zo snel op dat ik van de meeste deelnemers maar de helft gezien heb. Na iedere proef werden de protocollen opgehaald door vaste ophaalsters. Ook al keurig in het pak met hoed op. Alleen aan deze "gecertificeerde" dames mochten wij de protocollen afgeven. Deze dames hebben zich echte de benen uit het gat gelopen die dag, maar het gevolg was wel dat de zeven dames in de rekenkamer de hele dag regelmatig werk hadden en de prijsuitreiking precies op tijd om vijf uur kon plaatsvinden! Klasse!
Om kampioen te worden in de Post Kogeko dressuurcompetitie, moet je je eerst selecteren voor de finale in Kootwijk, door op speciaal daarvoor aangewezen wedstrijden te starten. Op de finale zelf mogen de beste drie uit elke rubriek 's middags overrijden. Dit betekent dus dat als er bekend gemaakt wordt wie er over mogen rijden, de rest van de deelnemers weet dat ze niet in de prijzen vallen. Vanaf dat moment komen er allerlei lieden aan het loket van het secretariaat die de protollen van de 's morgens verreden wedstrijden al willen hebben. Ze vragen er niet om. Nee, ze eisen ze op en nemen een houding aan alsof de medewerksters van het secretariaat ze minsten beroofd hebben van toch minstens wel de hele inboedel. Te gek voor woorden gewoon! Ze willen zo snel mogelijk naar huis. Niet nog even bij het strodorp kijken en zeker niet blijven om de shownummers en demonstraties te zien en te kijken wie uiteindelijk wel kampioen wordt. Ja ik weet het, de tijd van vroeger komt ook in de paardensport niet meer terug. Het is echt individualistisch geworden. Is het ook beter geworden?
Jan Reitsma
Stel je een werkdag van een bijna gepensioneerde dierenarts eens voor. Eén van de privileges die bij deze situatie hoort is in mijn geval het vrijgesteld zijn van diensten. Echter, soms zijn er omstandigheden, speciaal in de vakantietijd, dat ik toch nog wel eens dienst doe. Van de week weer eens wakker gebeld. Het eerste wat ik dan doe is op de wekker kijken hoe laat het is om dan even later, als ik het verhaal gehoord heb, een schatting te maken of ik het bed straks weer terug zie of dat mijn werkdag echt begonnen is. Het betreft hier een veehouder die meldt dat hij een koe voor een keizersnede heeft. Dat is dus het begin van de werkdag, want de wekker geeft 5.30 aan. Het kost nogal wat tijd voor we de "operatiekamer" georganiseerd hebben. Daarna verloopt alles prima en de boer is blij met een levend kalf. Als even later de koe ook weer dicht is, wordt het tijd voor de koffie. Altijd gezellig, in de keuken weer even bijpraten. Daarna kan ik meteen door naar het ochtendspreekuur. Hier vervang ik collega Gitte die met zwangerschapsverlof is. Daarna rest er nog 'n visite en ik maak alvast wat plannen voor die middag. Misschien is dat laatste te voorbarig, want dan komt er telefoon dat er een paard met een slokdarmverstopping is. Die willen ook vanzelf wel eens overgaan en inderdaad, ik krijg even later weer telefoon dat het paard opgeknapt lijkt te zijn. Ik besluit toch even te gaan kijken en tref het paard liggend aan. Nadat hij overeind gekomen is vertoond hij meteen de een rochelende hoest met veel kwijl uit de mond. Typisch voor een slokdarmverstopping. Het verhelpen van de verstopping met de spoelsonde kost me toch wel een half uur, maar als het resultaat bereikt is, geeft dat ook weer een goed gevoel!
's Middags moet ik nog naar een paard met een bultje. De eigenaresse, een knappe jongedame, maakt zich zorgen en wijst me een klein bultje in de lies van haar paard. Terwijl ik het bultje onderzoek, zie ik de spanning op haar gezicht en die van de omstanders. "Je kan er zeker slecht van slapen?", vraag ik. Dat blijkt het geval te zijn en ik adviseer haar om maar weer goed te gaan slapen omdat het een onschuldig onderhuids bultje is, wat los van de onderlaag ligt en niet pijnlijk is. In haar opluchting geeft ze het paard een dikke zoen op z'n kont. Om te laten zien dat dit toch wel een beetje gek is, zoen ik het paard ook maar op z'n kont. En inderdaad, nu kijkt iedereen wel vreemd op. "Je mag mij ook wel zoenen", stel ik voor. "Nee, U mag mij zoenen, want ik ben jarig vandaag!" Dat doe ik en feliciteer haar hartelijk.
Glimlachend stap ik in de auto; Wat een leuk vak hebben we toch!
Het is eind van de middag als ik in de stal bezig ben en de hond hoor aanslaan. Omdat hij al weer snel ophoudt met blaffen en ik een onmiskenbare diesel hoor stopzetten, denk ik dat zoonlief thuiskomt. Dus maak ik eerst het werk even af en ga dan naar voren. Mijn veronderstelling is mis, want er staat iemand van een naburige rijvereniging op het pad met vrouwlief te praten. Ik ken de man als een enthousiast menner van Friese Paarden. Het is al weer ruim een jaar geleden dat hij me samen met een notuliste heeft geïnterviewd voor het rijverenigingsblad. Ik herinner me dat als een vreselijk gezellige avond, waarbij veel verhalen tevoorschijn kwamen. Hoewel mij een exemplaar van het krantje beloofd was als bewijsnummer, heb ik nooit iets gezien. Maanden later ontmoette ik de man en hij zei dat ik destijds zo veel te vertellen had dat de notuliste het niet had kunnen bijhouden en ze wellicht de afspraak nog een keer opnieuw zouden moeten maken om dan met een cassette recorder mijn verhaal vast te leggen. Natuurlijk stemde ik toe, maar een afspraak werd nooit meer gemaakt. Jammer, want zo'n avond over paarden en dergelijke praten is nooit weg natuurlijk.
Later verneem ik dat het toch gelukt is met de aantekeningen een verhaaltje te maken.
En nu staat de man dan op het erf. Op afstand zie ik al het opgerolde clubblad in zijn hand. Daar is dan toch het bewijsnummer. "Koffie of een borrel?" stellen wij voor. Zo vlak voor etenstijd lijkt een borrel wel van pas te komen en terwijl Miek in huis gaat om alvast wat in te schenken, loop ik met mijn interviewer van destijds even naar achter om een rondje langs de paarden te gaan. Als vanzelf komen de verhalen weer los en onder het genot van een Juttertje komen er even later nog veel meer verhalen. Echt weer heel gezellig. Het eten kan wel even wachten.
Ik denk dat we nog uren gezeten zouden hebben als mans vrouw niet gebeld had om te zeggen dat het eten klaar stond.
Voor dergelijke dingen moet je gewoon tijd nemen. Dat geeft een goed gevoel.
Ook voor andere zaken moet je gewoon tijd nemen en soms zelfs tijd maken. Wil je wat bereiken in je sport dat zal je er tijd in moeten steken. Op de meninstructeurscursus, die ik afgelopen winterseizoen volgde, bleek dat iemand zijn "huiswerk" niet had gemaakt. Ze had geen tijd gehad. De cursusleider zei toen: "Geen tijd of geen prioriteit?"
Het is altijd een kwestie van prioriteiten stellen. Wil je de cursus doen? Best, maar ga er dan ook aan werken. Studeren en weer gaan trainen. Dit was voor de meeste van de cursisten een echte eye-opener! En het had resultaat, want 11 van de 12 kandidaten slaagden voor het examen meninstructeur 2e fase.
Inmiddels hebben we weer een driejarig paard om te beleren. Dus moet ik er mee aan de gang. Ook de vijfjarige moet ik bijhouden en beter nog: verder trainen. Dagelijks vraag ik mij af: Heb ik tijd of stel ik prioriteit?
Jan Reitsma,
Dierenarts bij VCHN
Thuisgekomen meteen de driejarige uit het land gehaald. Box opstrooien, paard borstelen, stal vegen, pad achter de stal vegen en wachten. Nou, U begrijpt het al: ze moeten nog komen.
Dergelijke verhalen hoor je heel vaak als het om paardenhandel gaat. Mensen zullen langskomen om te kijken en komen nooit opdagen. Wat is dat voor een mentaliteit?
Het omgekeerde kan ook. Vorige week was ik op weg naar Groningen om op een paardenmelkerij ingevroren paardenbiest op te halen. Wij hebben namelijk een merrie die HI gevoelig is. Dat betekent dat er een kans is dat haar biest het bloed van haar eigen veulen afbreekt. ( Haemolytische Icterus) In dat geval sterft het veulen, tenzij je op tijd biest van een andere merrie geeft. Om dit zeker te weten stuur je wat bloed van de hoogdrachtige merrie naar het van Haeringen laboratorium in Wageningen en na een paar dagen heb je uitslag. Omdat de uitslag op zich liet wachten en een telefoontje ons leerde dat dit nog wel even kon duren en omdat de merrie heel erg veranderde, namen wij dus het zekere voor het onzekere en zochten naar ingevroren paardenbiest.
Via het internet kwam ik in Wirdum in Groningen terecht. Rijden we net in een klein dorpje in de provincie als het mobieltje gaat en het van Haeringen laboratorium meldt dat we dit jaar geen problemen zullen hebben met het veulen. Wij blij. Meteen de auto aan de kant en de paardenmelkerij in Wirdum gebeld. Toch een beetje beschaamd zeggen we de bestelde biest af en leggen uit dat we zojuist goed bericht gekregen hebben, zodat we geen biest van een vreemde merrie nodig hebben. De eigenaar van de paardenmelkerij is zo blij dat we bellen, dat hij me wel twee keer bedankt voor het afbericht. Maar dat is toch normaal dacht ik? Of niet soms, in paardenland? Het lijkt langzamerhand wel of de normale fatsoensregels daar niet meer gelden. Of heb ik ongelijk? Ik hoop het!
Jan Reitsma
Dierenarts bij VCHN te Slootdorp
Kent U dat? Ik niet, maar collega Willem leed er aan. Bij de vraag wat hem nu precies mankeerde, bleek het om telefoonstress te gaan. Welnu, dat kende ik maar al te goed. Dat kom je in ons vak met spoedgevallen nog wel eens tegen. Nu zult U denken: "Nou ja zeg, dan had hij maar geen dierenarts moeten worden. Dan weet je toch dat er spoedgevallen kunnen komen?" Dat klopt, maar het zijn ook niet zozeer de spoedgevallen op zich, die de stress veroorzaken, als wel de meldingen door de telefoon.Stel je voor: collega Willem krijgt telefonisch melding van een paard met een slagaderlijke bloeding. Omdat de patiënt niet direct in de buurt staat en een slagaderlijke bloeding levensgevaarlijk kan zijn, besluit Willem zijn Caddy maar flink de sporen te geven. In Slootdorp meent hij nog iets van een flitslicht te zien, maar vol van adrenaline besluit hij toch het gas er op te houden. Na twintig minuten komt hij bij de patiënt aan en wat schetst zijn verbazing? Slechts een klein beetje bloed onder het paard en het wondje was nauwelijks te vinden. Dan sta je toch wel raar te kijken. Eigenlijk ben je kwaad en wil je de beller, die met deze melding van een slagaderlijke bloeding veel onnodige stress veroorzaakte, persoonlijk de waarheid zeggen, maar die persoon is nu net eventjes niet te vinden.
Of wat te denken van het volgende geval. Komt nog uit de tijd dat ik alleen praktijk deed. Een veehouder meldt een spoedkeizersnede op een koe. Nu is een keizersnede altijd min of meer spoed en als het dan om een spoedkeizersnede gaat moet het kalf wel erg klem zitten, is mijn gedachte. Ik zo snel als ik kan naar deze veehouder en tot mijn verbazing loopt de koe nog gewoon in het weiland.
U begrijpt dat wij als dierenartsen hier niet vrolijk van worden.
Het omgekeerde komt echter ook voor. Er komt een melding binnen van een paard met een beenwond waar een stukje bot uit steekt. De dienstdoende collega gaat er op z'n gemak heen en bij de box van het paard aangekomen moet hij tot zijn afgrijzen constateren dat het arme dier een totaal gefractureerd pijpbeen heeft. Het ondereind bungelt erbij en het bot steekt eruit. Had hij nu maar wat sneller gereageerd! Voor de uiteindelijke afloop maakte het geen verschil, maar zo'n patiënt mag je echt niet langer laten lijden dan strikt noodzakelijk is.
Dus, beste lezers, hebt U een spoedgeval vertel dan zo eerlijk mogelijk wat er aan de hand is. Leg telefonisch uit hoe erg het koliekpaard te keer gaat of dat hij alleen wat naar zo'n buik kijkt. En vertel eerlijk bij een gewond paard dat het om een wond van een paar dagen oud gaat, waarvan je eerst dacht dat het wel mee zou vallen, maar dat het er nu toch wel heel akelig uitziet.
Dan kunnen wij met gepaste snelheid onze visites doen, want die flits van collega Willem kostte € 430.-
Jan Reitsma
Dierenarts bij VCHN te Slootdorp
www.vchn.nl
Als paardendierenarts is het goed om wat van de diverse takken van paardensport af te weten. Er komen steeds meer paarden en ook steeds meer mensen die andere of nieuwe dingen doen met die paarden. Wie had er twintig jaar geleden nog gehoord van Western Riding of Natural Horsemenship of Freestyle Riding? Het is altijd goed om je in de sport die de eigenaar met zijn paard beoefent wat te verdiepen, zodat je dezelfde taal spreekt.
Zo kreeg ik laatst de kans om een tuigpaardendag voor Friese Paarden bij te wonen. Het tuigen is al een oude tak van sport en bij de Friezen werd dat altijd gedaan met de paarden aangespannen voor de Friese Sjees. Compleet met authentieke klederdracht voor de rijders en rijdsters. Altijd een prachtig schouwspel. Sinds een aantal jaren zijn er echter ook rubrieken voor Friezen voor de concourswagen, voor diegenen die wel een Fries, maar geen sjees en klederdracht hebben. De Fokvereniging voor de Friese Paarden had een tuigpaardendag georganiseerd bij de Zaanse Ruiters in Wormerveer. Deze dag werd geleid door Henk Minkema die meerdere keren Kampioen bij de tweespannen voor de sjees is geweest. Hij gaf duidelijk uitleg en stond open voor vragen en suggesties. Een aantal paarden werd aan de hand in stand bekeken en aan de hand van de bouw probeerde Henk een voorspelling te doen over het gaan van het betreffende paard. Na de stap aan de hand werden de paarden los dravend in de bak beoordeeld. Daarna kregen ze een klein kettinkje om de voorkoten en het resultaat was vaak verbluffend. Zowel de voor- als de achterbenen werden hoger opgetild! Deze training mag je maar een tien minuten per dag doen, legde Henk uit. De paarden mogen er niet op afstompen. Na de lunch kwamen er een aantal paarden voor de kar. Het publiek moest de aanspanningen mee beoordelen. Heel leerzaam.
Ten slotte gaf hij nog een demonstratie van een veel gebruikte trainingsmethode: longeren. In een afgezette cirkel longeerde hij een paard met de diverse hulpteugels. Hij gebruikte de chambon en het touwtje volgens de bekende longeerdeskundige Lammert Haanstra. De werking van de diverse hulpteugels werd heel duidelijk. De chambon voor het voorwaarts neerwaarts en daarmee het opwaarts welven van de rug. Met het touwtje kon hetzelfde doel bereikt worden, maar het paard kon ook hoger ingesteld worden. Aan het einde van de longeersessie liet Henk het paard over balkjes draven die hij steeds iets verder uit elkaar legde. Opvallend was dat hij het paard hierbij met de stem begeleidde. Zo maakte hij duidelijk dat je met doelgericht trainen heel veel kan bereiken. Niets nieuws eigenlijk. Wel nieuw was zijn credo: Streef niet iedere keer naar de eerste prijs maar geniet van iedere kleine vooruitgang die je boekt bij het trainen van je paard. En dat was de belangrijkste les van de dag!
Jan Reitsma
Gister wat leuks gedaan! Heel af en toe ga ik samen met collega Gitte iets leuks doen op hippisch gebied. Meestal heeft dat dan met bos en cross te maken. Vaak gewoon even door het Dijkgatsbos.
(By the way: Ze gaan dat nu verbinden met het Robbenoordbos. Kan Cor van der Sluis, de regioconsulent van de KNHS, er wellicht voor zorgen dat daar ook ruiterpaden komen? Zou wel leuk zijn!)
Soms zoeken wij het ook wat verderop, zoals gister. De rit ging weer eens naar Biddinghuizen. Daar zijn we al eens wezen rijden bij Alice Naber-Lozeman. (www.naber-lozeman.nl) Dat is echt super. Alice is heel aardig en weet iedereen te motiveren en enthousiast te maken voor de samengestelde wedstrijdsport. Ze heeft er zelfs, samen met Sandra Nieuwendijk, een boekje over geschreven. "Basisboek Eventing" heet dat en ook in het boekje spat het enthousiasme van de bladzijden af. Ze schrijft daarin dat je met iedere pony, Haflinger of Fjord een B-cross kan rijden. Dus met een Fries moet het helemaal lukken. Dat wist ik al, maar toch leuk dat het nu ergens in een boek zwart op wit staat.
Gister reed Gitte op haar bijna 5 jarige KWPN merrie Wenke en ik had de al even oude Friese ruin Jort mee. Wenke heeft al heel wat sprongetjes gemaakt en Jort is één keer mee geweest naar het bos en heeft één spingles meegelopen. Dat eerste deed hij heel goed, het laatste was heel matig. Ondanks de weinige ervaring besloot ik hem mee te nemen, wetende dat Alice nooit iets zal overvragen en dat het op vaste hindernissen vaak veel beter gaat dan op springhindernissen!
Nadat we de kennismaking met Alice vernieuwd hebben en van haar hoogzwangere buik gezegd hebben dat die helemaal niet zo dik is (over drie weken moet het kindje al komen) gaan wij opzadelen en rijden we naast elkaar naar de buitenbak. Ik zeg tegen Gitte dat het wel lijkt of ze er dagelijks komen en dat de paarden weer heel tevreden lopen te knorren. Gitte vindt dat knorren niet zo'n goed teken. Klopt: beide paarden zetten het in de bak op een rennen. Op aanraden van Alice rijden we twee keer het hele trainingsterrein in de rondte. Dan nog een keer op de andere hand en het leed is geleden. De les kan beginnen. Eerst maar eens heel eenvoudig over een cavaletti, dan over een dikke boom en vervolgens over twee dikke bomen. De paarden hebben al heel snel door wat de bedoeling is en ze krijgen er lol in, evenals hun berijders. Na ieder geslaagd lijntje verschijnen er brede grijnzen op onze gezichten. Dit gaat leuk. Vervolgens komen er combinaties, waarbij we door plassen moeten galopperen en zelfs van de steile kant af het water inspringen. Net echt. In een oogwenk is het lesuur voorbij.
Dit is echt kikken! Dat zouden meer mensen moeten doen. Eigenlijk moet iedereen die paardrijdt dat eens doen. Waarom niet? Het is echt fun voor mens en dier en Alice helpt je graag. Wij gaan vast nog eens terug!
Jan Reitsma
Dierenarts bij VCHN te Slootdorp
Jeuk is erger dan pijn, hoor je wel eens en dat kan best zo zijn. Bij paarden met jeuk denken we tegenwoordig al heel snel aan staart en manen eczeem. Op het Friese Paarden Forum op het Internet kan je lezen dat er mensen zijn die nu (begin maart) hun paarden al weer alleen met een speciale vliegendeken in de wei laten. Onlangs maakte ik een lezing mee van Mevr. Sloet van de faculteit Diergeneeskunde uit Utrecht over de stand van zaken in Nederland met betrekking tot insecten overgevoeligheid. Daar wordt je echt niet vrolijk van. Vroeger kwam het maar op enkele plaatsen in Nederland voor. Nu komt het op enkele plaatsen niet voor, Noord Holland is nog een relatief veilig gebied, maar in onze praktijk zien we ook ieder jaar meer paarden met deze aandoening. Grondsoort, klimaat en rasgevoeligheid spelen allemaal een rol. Daarnaast is er ook een erfelijke component. In Amerika is een huidtest ontwikkeld om overgevoelige paarden op te sporen, maar die werkt in Nederland niet omdat we hier andere soorten insecten hebben. Intussen wordt er gewerkt aan een huidtest die werkt op Nederlandse Culicoides muggen. Dit soort mugjes (knutten) verspreiden ook ziekten als Blue Tongue, African Horse Sickness, Epizootic Haemorrhagic Disease en Mansonella. Allemaal ziektes waar je nu niet direct blij van wordt en die tot voor kort niet in Nederland voorkwamen, maar zoals U weet is de Blue Tongue hier ook al weer twee jaar inheems en de verspreiding neemt hand over hand toe.
Deze week moest ik voor een kreupele pony naar de Polderweg in de polder Waard Nieuwland op het voormalig eiland Wieringen. Als je dan vanuit de Wieringermeer de polder Waard Nieuwland binnenrijdt, zie je meteen een verlaten boerderij. Iets verderop een groepje bomen, waar vroeger ooit een boerderij tussen gestaan heeft. Nog iets verder weer een onbewoonde boerderij. Dit is het gebied waar het Wieringer Randmeer moet komen. Diep triest dat ze zulke kostbare landbouwgrond weer onder water willen zetten. Ja zelfs een heel stuk van de Wieringermeer gaat weer onder water. Dit is echt niet voor te stellen. Ik heb nog niemand ontmoet die daar echt heel enthousiast over is, maar we lijken dit wel niet tegen te kunnen houden. Mijns inziens wordt dit net zo'n geldverslindend project als de Betuwe Lijn. De berekeningen over wat het uiteindelijk kost en opbrengt schijnen er ook nog niet te zijn. Ook hoorde ik van de week dat het niet de bedoeling is dat ze in het meer gaan baggeren. Nee, ze laten er alleen water oplopen en waar het ondiep is, wordt het een "plas en dras" gebied. Ook weer zo'n mooie term van natuurontwikkelaars waarmee ze leefplaatsen voor allerlei kleine beestjes zoals insecten aanduiden. Ziet U het al gebeuren? Ik wel. Nog veel meer knutten, vliegen, dazen en in de hogere bossages teken. Het wachten is op de malaria mug, die ongetwijfeld hier ook weer terug komt. Zijn we dan blij?
Ik dacht het niet. Ik vraag me wel eens af in wat voor land wij leven. Dit is toch niet reëel? En toch gaat het door, omdat? Ja, waarom eigenlijk? Wie kan mij dat uitleggen?
Jan Reitsma
Dierenarts bij VCHN te Slootdorp
februari 2008