Hartproblemen (Cardiologie).
Problemen met het hart zijn een veel voorkomend probleem bij honden en katten. Het kan zijn dat het probleem al bij de geboorte aanwezig is, het kan ook zijn dat het pas op latere leeftijd ontstaat. Aangeboren problemen worden soms al ontdekt op jonge leeftijd. De controle tijdens een vaccinatie is zo’n moment. Afhankelijk van wat er gevonden wordt, kan er besloten worden dat het probleem beter onderzocht moet worden. Daarvoor hebben we verschillende mogelijkheden, zoals het maken van een röntgenfoto, een hartfilmpje (ECG) of een echo. Aan de hand van het onderzoek wordt dan besloten of het dier behandeld moet worden. Soms ontstaat het hartprobleem pas als de hond of kat al ouder is. Veel eigenaren merken dit doordat hun dier minder uithoudingsvermogen krijgt, soms gaat het dier hoesten of krijgt het een dikke buik, en soms krijgt het last van flauwtes, niet te verwarren met een epilepsieaanval. Een kat kan last krijgen van plotselinge achterhandverlammingen.
Ook gebeurt het vaak dat de eigenaar nog niets merkt maar dat een “ruis” of “ritmestoornis” gevonden wordt tijdens de jaarlijkse vaccinatiecontrole. Een onderzoek moet dan uitmaken hoe erg het probleem is. Behandeling is meestal mogelijk!
Bij twijfel over de conditie van hond of kat is controle altijd zinvol. Hoe eerder behandeld hoe beter. Het zal duidelijk zijn dat problemen bij een hond eerder opvallen dan bij een kat, omdat daar meestal niet dagelijks mee gewandeld wordt.